Teo Gootjes

Biografie (tekst Koos van Weringh)

Leo Gootjes, de vader van de in 1942 geboren Teo, was een hartstochtelijk tekenaar en schilder. Tientallen schetsboekjes maakte hij vol met wat hij in zijn omgeving waarnam. Dat waren vooral zijn kinderen, negen in getal. Van Teo, de oudste, maakte hij op 17 maart 1946 een portretje: een ernstig kijkend jongetje.

Teo Gootjes op vier-jarige leeftijd getekend door zijn vader Leo: Getekend door Leo Gootjes
Teo Gootjes op vier-jarige leeftijd getekend door zijn vader Leo
Dat jongetje wilde ook tekenaar worden en via enige omwegen is het daar ook van gekomen. Opgegroeid in een rooms-katholiek gezin leek hij de traditie te (moeten) volgen dat een van de kinderen priester zou worden. Na de lagere school ging hij naar het klein-seminarie ´Collegium Carolinum´ in Valkenburg, waar hij het vier jaar heeft volgehouden. Het gehoorzaam zijn aan reglementen aldaar was aan hem niet besteed. Regelmatig had hij aan de stok met priesters die de wijsheid in pacht meenden te hebben. Maar hij geeft toe daar ook het een en ander te hebben opgestoken, vooral op cultureel gebied, zoals toneelspelen.

Als zestienjarige ging hij overdag naar de Grafische School en ´s avonds naar het gymnasium, maar hield dat niet lang vol, omdat hij ook nog bij een drukkerij werkte: het gymnasium hield hij voor gezien. Daarna kwam de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam, waar hij de grafische opleiding volgde.

Pluriformiteit dagbladpers: Teo Gootjes
Pluriformiteit dagbladpers
Na de opleidingstijd begon het levensechte arbeidsproces en wel in de reclame. Hij kreeg een baan bij de firma Jungerhans, een zaak voor de betere huishoudelijke artikelen. Voor de advertenties moest hij die artikelen tekenen: messen, lepels, vorken, borden, schalen enzovoorts, een bezigheid waarmee weinig eer te behalen viel. In het personeelsblad van Het Vrije Volk, Binnenshuis, zei hij daarover terugblikkend: “Als ik bijvoorbeeld een juffrouw had getekend in een bloemetjesjurk en de vrouw van de baas hield van een streepjesjurk, dan werd het dus een streepjesjurk” (juli 1981). Commercie en gebrek aan smaak gingen voor artistiek verantwoord.

In 1970 zocht Het Vrije Volk, eens het grootste dagblad van Nederland met enige tientallen regionale en lokale edities, maar toen al in Rotterdam geconcentreerd, iemand voor de illustratieve vormgeving. “Wie durft er te werken voor Het Vrije Volk?”, had hoofdredacteur Herman Wigbold in een advertentie in Vrij Nederland gevraagd. Gootjes durfde en werd aangenomen. De tekenaar werd een manusje van alles die overal naartoe werd gestuurd, naar bedrijfsbijeenkomsten, naar zittingen van de rechtbank, naar omliggende plaatsen waar iets bijzonders aan de hand was. Cartoontjes tekenen deed hij ook. Het bevredigde hem echter niet: “Van alles deed ik een heel klein beetje maar niets helemaal”.

Dagbladfusie: Teo Gootjes
Dagbladfusie
Het politieke tekenwerk in de krant werd verzorgd door Frits Müller, die weinig zag in de totstandgekomen fusie van de NRC en het Algemeen Handelsblad, voor welke laatste krant hij een aantal jaren actief was geweest. Maar tussen de ‘ras-Amsterdammer’ Müller en de redactie in Rotterdam ontstond geen hechte band, integendeel. Müller voelde zich bij de krant niet thuis – en werd uiteindelijk aan de dijk gezet. In 1973 ging hij naar de Haagse Post (in het begin van de jaren tachtig kwam hij toch bij NRC Handelsblad terecht, om daar tot zijn dood in mei 2006 te blijven). Teo Gootjes werd na enige tijd Müller´s opvolger als politiek tekenaar. In het begin was zijn werk nauwelijks van dat van Müller te onderscheiden. Meer dan eens heeft de tekenaar laten weten Müller als zijn leermeester te beschouwen, sterker nog: hij bewonderde hem, vooral diens vermogen zich voortdurend te vernieuwen. Dat geldt echter ook voor Gootjes zelf. Gaandeweg kon de geïnteresseerde krantenlezer bij het bekijken van zijn tekeningen vaststellen: “Ah, Gootjes”.

de expositie ‘Was getekend! Teo Gootjes’

andere tekenaars: